Welcome to Ex- act KM   Click to listen highlighted text! Welcome to Ex- act KM Powered By GSpeech

app voor veteranen

Persbericht

Veteraan met gevechtservaring kijkt met gemengde gevoelens terug

Doorn, 6 november 2017 – Driekwart van de veteranen met een gevechtservaring is trots op zijn eigen inzet en die van zijn eenheid. Een veteraan met gevechtservaring is meer dan gemiddeld trots, maar zijn of haar ervaring heeft ook z’n prijs. Een veteraan met gevechtservaring heeft vaak een minder positieve kijk op de missie, ondervindt doorgaans meer (gezondheids)klachten achteraf en voelt zich minder gewaardeerd door de media en de samenleving. Dat blijkt uit recent onderzoek van het Veteraneninstituut.

Uit het onderzoek blijkt dat 58% van de veteranen met gevechtservaring positief terugkijkt op de uitzending, waar dat bij andere veteranen boven de 70% ligt. Ruim één op de drie van de veteranen met gevechtservaring kijkt zowel positief als negatief terug op zijn of haar uitzending. Dat is een significant hoger percentage dan veteranen zonder gevechtservaring.

Succesvol
Wel vond 74% van de veteranen met een gevechtservaring het optreden van zijn of haar eigen eenheid  succesvol en 75% beoordeelde bovendien zijn of haar eigen functioneren als succesvol.

30% van de veteranen met gevechtservaring denkt minimaal één keer per week terug aan de uitzending, terwijl dit bij veteranen zonder gevechtservaring 11% is. Ook verlangen de gevechtservaren veteranen vaker terug naar de uitzending,  voelen zij zich vaker veteraan en volgen ze vaker het nieuws over hun missie of hun uitzendgebied.

Korporaal Erik, drager van een dapperheidsonderscheiding, was in september 2006 beslissend in de succesvolle verdediging van Forward Operating Base Martello (Uruzgan, Afghanistan) en omschrijft zijn ervaring als volgt:

“Ik ben blij en trots dat ik dit heb mogen doen. Uiteindelijk zijn er zelfs geen gewonden gevallen. Dat had heel anders kunnen gaan. Na afloop zagen we bijvoorbeeld kogelgaten in onze slaapzakken zitten. We hebben op dat moment alles gegeven, met het maximale resultaat. Het geeft mij ook een geruststellend gevoel dat ik onder vijandelijke dreiging reageer zoals ik zou moeten reageren.”

Keerzijde
De andere kant van de medaille is dat veteranen met een gevechtservaring minder vaak waardering vanuit samenleving en media ervaren en vaker (gezondheids)klachten hebben gekregen als gevolg van de uitzending. 38% geeft aan gevolgen te hebben ondervonden van de uitzending. Onder veteranen zonder gevechtservaring is dit percentage 16%.  Deze gevolgen variëren van nachtmerries, soms snel geïrriteerd zijn en niet tegen vuurwerk kunnen tijdens Oud en Nieuw tot en met langdurige psychische problemen.
Veel veteranen benoemen de mix van positieve en negatieve gevolgen van de missie en de gevechtservaring. Een van hen omschrijft het als volgt:

“Ik zeg altijd: mijn missies hebben mij gemaakt tot wie ik ben, en daar ben ik trots op. Ik ben gewond geraakt tijdens mijn laatste missie, en daar heb ik nu nog steeds last van - het heeft me volledig arbeidsongeschikt gemaakt. Ik heb (gelukkig) geen PTSS, maar evengoed heb ik soms wel moeite met drukte, en de laatste jaren vooral van het vuurwerk met Oud en Nieuw. Maar aan de andere kant zorgt mijn WAO er wel voor dat ik mij als verenigingsbestuurder en nuldelijnsondersteuner volledig kan inzetten voor het welzijn van mijn wapenbroeders. Dus het heeft zowel negatieve als positieve kanten. Gelukkig slaat de balans bij mij grotendeels naar het positieve over.”

Verantwoording onderzoek
•    Het onderzoek is uitgezet onder 2000 veteranen. Van de 554 respondenten die hebben meegedaan aan het onderzoek gaven 205 veteranen aan gevechtservaring(en) te hebben. Dat betekent dat ze beschietingen, op hen gericht, hebben meegemaakt (198), zelf gewond zijn geraakt (10), zelf op iemand hebben geschoten (68), zelf iemand gedood hebben (18) of zelf iemand verwond hebben met een wapen (23).
•    Het gaat met name om veteranen die deel hebben genomen aan de missies in Libanon (1979-1985), Cambodja (1992-1993), Joegoslavië (1992-1995) en Afghanistan (2006-2010).
•    Het onderzoek is representatief voor de populatie veteranen met een veteranenpas (= 65.700 veteranen).
•    De rapportage kunt u hier downloaden: https://www.veteraneninstituut.nl/publicaties/kerngegevensveteranen2017/

Veteranenlezing 2017 (hiervoor kunt u zich niet meer opgeven)
Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de jaarlijkse Veteranenlezing die dit jaar in het teken van gevechtservaring staat. Meer informatie: www.veteraneninstituut.nl/veteranenlezing2017 
Het Veteraneninstituut is uitvoerder van een belangrijk deel van het Nederlandse veteranenbeleid. Het instituut biedt via het Veteranenloket toegang tot zorg voor en dienstverlening aan Nederlandse veteranen, dienstslachtoffers en hun gezinsleden. Daarnaast speelt het Veteraneninstituut een belangrijke rol in het uitdragen en stimuleren van maatschappelijke waardering voor de prestaties die veteranen in opdracht van politiek en samenleving hebben geleverd en voor de offers die daarbij werden gebracht.

Downloads
•    Animatie van de onderzoeksgegevens: https://we.tl/gAl100IbFk
•    Video waarin Ridder der Militaire Willems-Orde Marco Kroon en psycholoog Jan Ambaum met elkaar spreken over gevechtservaring: https://we.tl/PsPOoBevfJ
•    Artikelen over gevechtservaring: https://www.veteraneninstituut.nl/zoeken/?q=gevechtservaring

De oudste vrouwelijke veteraan van Nederland

Ze is geboren in 1918 en telt nu 99 jaar. Ernstina Bleekemolen-Kiesel is daarmee de oudste vrouwelijke veteraan van Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog meldde zij zich aan voor de Marine Vrouwenafdeling. Toen zij na haar opleiding voor het eerst in Amsterdam op straat in haar uniform verscheen, werd ze nageroepen. Toch spreekt ze ruim 70 jaar later met een twinkeling in haar ogen over de Marva, haar collega’s en de drie jaar die zij in voormalig Nederlands-Indië diende.

Mevrouw Bleekemolen woont nog altijd zelfstandig. Samen met haar man, die over enkele maanden honderd jaar oud wordt. Een bijzonder echtpaar. Tijdens het gesprek vult meneer Bleekemolen zijn vrouw, die wat hardhorend is, zo nu en dan aan of brengt haar op een nieuw verhaal.

Officiersfamilie
Dat ze bij de Marine Vrouwenafdeling terecht kwam, was voor haar familie niet direct opzienbarend. Dit in tegenstelling tot veel van haar collega’s, die vaak de nodige weerstand moesten overwinnen. Een vrouw in uniform was in die tijd nog alles behalve geaccepteerd.  “Voor mij zat het erin”, verklaart mevrouw Bleekemolen. Ze komt namelijk uit een officiersfamilie. Onder meer haar grootvader en een oom dienden bij het KNIL. Ook is mevrouw Bleekemolen in voormalig Nederlands-Indië geboren. Het gezin vertrok in 1925 op verlof naar Nederland. Daar aangekomen bleek de firma van haar vader failliet te zijn gegaan. Ze besloten in Nederland te blijven.

Oproep
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte ze als administratief medewerkster voor een groothandel in  Amsterdam. Daar hoorde ze voor het eerst de oproep om in dienst te gaan bij de Marva. Mevrouw Bleekemolen hoefde daar niet lang over na te denken. “Na de oorlog wilde ik, net als zovelen, wat anders. Dit was de mogelijkheid om een opleiding te krijgen en om naar Indonesië terug te gaan. Bij dat land voelde ik mij nog altijd heel erg betrokken. Bovendien ben ik toch wel wat avontuurlijk ingesteld”.

Engeland
Over de eerste maanden bij de Marva heeft mevrouw Bleekemolen gemengde gevoelens. In november 1945 toog ze naar Engeland voor een opleiding van drie weken. “Ik heb daar niet zulke  leuke herinneringen aan”, vertelt mevrouw Bleekemolen. “Het eten was er ontzettend slecht en we werden echt gedrild. Maar ja, daar moest je toch doorheen.” Het uniform dat ze daar kreeg uitgereikt, beviel haar wel. “Een pak, nieuw ondergoed, overhemden…na de soberheid van de oorlog was dat een heerlijke luxe!”

Beste vriendinnen
Na haar opleiding werd mevrouw Bleekemolen in Den Haag geplaatst. Strikt gescheiden van haar mannelijke collega’s, want de Marine huurde speciaal voor de Marva’s een huis aan de Parklaan. Hoewel het in Engeland heel normaal was om als vrouw een uniform te dragen, was Nederland er in die tijd nog niet helemaal klaar voor. “Op straat werden we nog al eens uitgescholden en soms werd er zelfs met afval naar ons gegooid.” Maar het versterkte de hechte band die de Marva’s met elkaar hadden. “We waren op elkaar aangewezen, we zaten in hetzelfde schuitje en juist omdat we voor elkaar iets over moesten hebben ontstond er een hartelijke sfeer. We konden heel goed met elkaar opschieten. Ik heb heel goede vriendinnen aan die tijd overgehouden.”

Op weg naar Nederlands-Indië
Eind 1946 volgde een driejarige uitzending naar voormalig Nederlands-Indië. De reis er naartoe met het passagiersschip ‘de Tegelberg’ staat mevrouw Bleekemolen nog altijd helder op het netvlies. “Het afscheid van de familie was uiteraard niet leuk, maar de uitdaging trok zo, dat het andere niet meer telde. Ik voelde mij uitverkoren.” Wel had ze de pech dat haar mannelijke commandant het niet zo op de Marva’s had en daar ook uiting aan gaf. “Hij liet ons kajuiten schoonmaken. Dat was smerig werk, want op de reis ervoor waren er zieke passagiers vervoerd die naar Nederland kwamen voor verzorging en herstel. De boot was vervolgens na aankomst niet schoongemaakt. We vonden het vernederend werk, maar weigeren was er niet bij. We deden het gewoon. Bovendien regelde de commandant het zo dat wij te vaak naar ons zin ’s avond op de kinderen van passagiers moesten passen.”

Batavia
Ook tijdens haar plaatsing in Batavia trof ze in eerste instantie een commandant die een vrouw in uniform kennelijk maar moeilijk kon accepteren. Zo liet hij  de Marva’s vaak op het heetst van de dag   aantreden voor de dagelijkse exercitie. “Vooral de vrouwen met een bleke huid konden daar slecht tegen. Gelukkig werd daar al snel een stokje voor gestoken.” Desondanks zijn haar herinneringen aan die tijd overwegend positief. ’s Ochtends deed mevrouw Bleekemolen kantoorwerk, zoals onderdelen bestellen voor de schepen, en daarna was er voldoende ruimte voor sociale contacten. “Ook heb ik bijvoorbeeld mijn geboorteplaats Bandung bezocht. Het was erg emotioneel om mijn geboortehuis terug te zien. In het weekend gingen we vaak naar hotel Des Indes voor ontspanning met andere militairen en ook om te dansen. Sommige Marva’s hebben daar hun toekomstige echtgenoot ontmoet. De onderlinge band tussen de Marva’s was heel goed. Dat zijn toch wel heel leuke herinneringen. Ik ben blij dat ik het allemaal mocht meemaken.”

 

Bron: Johan Kroes/Veteraneninstituut

 

*Mevrouw Bleekemolen is de oudste geregistreerde vrouwelijke veteraan van Nederland. Dit betekent dat zij bekend is bij het Veteraneninstituut en in het bezit van een Veteranenpas, zoals de meeste veteranen in Nederland. Zij genieten niet alleen van het gevoel van erkenning die toekenning en bezit van de pas oproept, maar ook van de bijbehorende faciliteiten.

Heeft u nog geen veteranenpas? Dan kunt u die hier aanvragen: https://www.veteraneninstituut.nl/diensten/direct-regelen/aanvraagformulier-veteranenpas/

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Versterking nuldelijnsondersteuningssysteem veteranen.


Onze vereniging is ook toegetreden tot de groep convenant verenigingen bij het Veteranen Platform, om vorm te geven aan de nuldelijnsondersteuning van veteranen.
 Wat veteranen zijn hoeven we niet uit te leggen. Ook Ex-Act heeft veteranen onder haar leden. Maar waartoe dient dan de nuldelijnsondersteuning? Wat is nuldelijnsondersteuning? 
Bijna alle veteranen hebben de missie(s) waaraan zij hebben deelgenomen goed doorstaan, zowel fysiek als mentaal. De opvang en nazorg zijn goed. Helaas zijn er veteranen die niet ongeschonden door de missie, of missies komen. Voor fysiek gekwetsten zijn goede behandelingen beschikbaar. Dat moeten we niet bagatelliseren want een gebroken been is anders dan een geamputeerd been. Bij mentale kwetsuren is dat veel ingewikkelder. Wie herkent het en wanneer? Betrokkene zelf is de eerst aangewezene en hij of zij kan naar de dokter. Maar niet iedereen geeft er aan toe, sterker nog, wil er niet aan toegeven. Nog daargelaten van het feit dat symptomen pas later, soms veel later zichtbaar worden.
Nuldelijnsondersteuning is de binnenste cirkel van een geheel aan zorg wat beschikbaar is. De eerder genoemde dokter is er een in de eerste lijn en naarmate de zorg specifieker wordt gaat dat omhoog.
 Wie worden het eerst geconfronteerd met een veteraan die mentaal in de knoop zit? Juist, de partner, kinderen, verdere familie, vrienden en de oude maten, de buddy’s. In deze kring hoort ook de dominee en pater thuis. Dit is de Nuldelijns groep en daar zit de nuldelijnsondersteuning.
 Het komt voor dat een veteraan, en dat geldt ook voor de actief dienende veteraan, tijdens een informele bijeenkomst of tijdens een praatje aan de bar, in gesprek raakt met iemand waarmee een missie is gedaan of een heel andere missie. Deze mensen herkennen zaken die een buitenstaander niet begrijpt. Het gesprek gaat dieper en er blijkt een traumatische ervaring schuil te gaan. Wat moet je daar dan mee, want eigenlijk is hier al sprake van buddy support of nuldelijnshulp: Luisteren.
 Het convenant, waar onze vereniging nu mee aan de slag gaat, geeft min of meer antwoord op de laatste vraag. Door de zorg van het Veteranen Platform en de stichting De Basis worden trainingen aangeboden aan leden die (bij voorkeur) ook veteraan zijn en zo’n gesprek verder leren te beoordelen en daar wat mee kunnen doen. Dit zijn dan de nuldelijnshelpers en ze worden door De Basis gecertificeerd. Als de “pratende” veteraan al in een zorg traject zit is het goed om te blijven luisteren. Verloopt de zorg wel goed en hoe voelt dat. Als dat niet het geval is dan weet de 0de lijns helper daar wel raad mee om te proberen deze veteraan wel naar een zorgverlener te verwijzen. Daar is met name het Veteranen Loket in Doorn voor. Dit is een onderdeel van het Veteranen Instituut.
 Om enige structuur te geven aan dit hele project wordt door de vereniging een coördinator aangesteld. Deze zal fungeren als eerste aanspreekpunt voor de nuldelijnsondersteuning van onze vereniging. Daarnaast kunnen leden zich aanmelden om te worden getraind voor nuldelijnshelper. Daarbij moet wel worden aangegeven dat er stevige eisen worden gesteld aan deze helpers en dat het toetreden wel vrijwillig is maar niet vrijblijvend. Belangstellenden kunnen zich melden bij de coördinator voor verdere informatie.
Coördinatie Nuldelijnsondersteuning,

B. Timmermans
LTZ2OC (bd)

Telefoon: 06-23640187

stempel alv 2020 kl

Volg ons:

Contactblad

Sluitingsdata copy Contactblad:

Voor blad nr 1 - 2020 /maart
15 januari 2020

Voor blad nr 2 - 2020 /juni
15 april 2020

Voor blad nr 3 - 2020 /september:
15 juli 2020

Voor blad nr 4 - 2020 /december:
21 oktober 2020

Click to listen highlighted text! Powered By GSpeech